(Sport)nutrigenetica: de toekomst of het nu?

Flore Stassen, bewegingswetenschapper

Hoe ver staat de wetenschap?

Lights

(Sport)nutrigenetica: de toekomst of het nu? 

 Begin dit jaar startte veldrijder en wielrenner Mathieu van der Poel als boegbeeld van 4Gold, een producent van voedingssupplementen die nu ook DNA-testen aanbiedt voor sporters. Bij zo’n test wordt een DNA-staal genomen van die bepaalde sporter, waarna een honderdtal genetische variaties – genaamd single nucleotide polymorphisms of kortweg SNPs – worden geanalyseerd die gerelateerd zijn aan gezondheid (kans op obesitas, intoleranties, …), nutriënten (metabolisme) en sportprestatie (herstel, duursporter of powersporter, …). Naast 4Gold zijn er tal van andere bedrijven die gelijkaardige analyses aanbieden om op die manier gepersonaliseerd voedingsadvies o.b.v. je genetisch profiel te bezorgen. Dit is een nieuwe wetenschap die ook wel de naam nutrigenetica’ krijgt. Onderzoekers uit dit domein bestuderen de invloed van de interactie tussen genetische varianten en voeding op gezondheid en tevens op sportieve prestaties. Het is wel degelijk zo dat de gezondheidseffecten van voeding afhangen van genetische varianten die opname, activiteit, metabolisme, … van nutriënten bepalen én dat alle individuen niet dezelfde nutritionele behoeften hebben. Maar staat deze wetenschap wel ver genoeg om hiermee écht aan de slag te gaan? 

 Het analyseren van ons DNA, of genetica, biedt ons de mogelijkheid één van de grootste mysteries, namelijk ons genetisch materiaal, te ontrafelen en te bestuderen. Ondanks het feit dat deze jonge wetenschap het laatste decennium, dankzij de recente ontwikkelingen van verscheidene technologieën, snel evolueert en verandert, staat ze echter nog in zijn kinderschoenen. Dit heeft mede te maken met twee eigenschappen van ons DNA: het zit complex in elkaar met lettercodes en is bovenal een multifactorieel gegeven. Het is namelijk zo dat hoe iemand eruit ziet (fenotypebepaald wordt door een samenspel van enerzijds omgevingsfactoren en anderzijds genetische factoren (genotype)die op hun beurt worden beïnvloed door meerdere genen. In hoeverre welke factoren een grotere of kleinere rol spelen is afhankelijk van de specifieke eigenschap. Zo wordt bijvoorbeeld geschat dat het gewicht van een persoon tot 70% wordt overgeërfdvoor lengte is dit 40-80%. Dit wordt onderzocht a.d.h.v. tweelingenstudies. Welke specifieke genen/genetische variaties nu juist instaan voor ons gewicht en lengte is echter tot op heden niet geweten. Slechts een beperkt aantal studies werden uitgevoerd en hierbij kan toeval niet worden uitgesloten. Als er al effecten werden gevonden, waren deze eerder klein. Verder wordt ons fenotype vaak bepaalt door genen die bijvoorbeeld individueel een relatief klein effect uitoefenen maar als ze samen voorkomen met andere genen, wordt het effect versterkt: ook wel modifiergenen genoemd. Het komt erop neer dat we heel veel van het genetisch materiaal en de genetische variatie in kaart kunnen brengen, de betekenis hiervan is echter meestal nog onduidelijk 

 Hetzelfde geldt voor de nutrigenetica: er werd reeds onderzoek uitgevoerd naar verschillende genetische variantenmaar welke SNPs exact instaan voor het metabolisme, opname, activiteit, … van specifieke nutriënten, en hun effecten op sportprestaties, kan over het algemeen niet geconcludeerd worden. Ten eerste beschikken we tot op heden over beperkt en vaak contradictorisch wetenschappelijk bewijs. Ten tweede zijn de resultaten komende uit deze onderzoeken vaak schaars. Ten derde werd maar een klein deel van ons totale menselijk genoom onderzocht. Als laatste is er de onverklaarbaarheid van responders versus non-responders, zij die respectievelijk wel en niet reageren op bijvoorbeeld de inname van cafeïne. Wel moet de kanttekening gemaakt worden dat er reeds enkele genen zijn waarbij een duidelijk directe relatie bestaat met bepaalde voedingsstoffen, zoals bijvoorbeeld lactose-intolerantiemaar deze zijn zeldzaam. Dit alles samen zorgt ervoor dat nog geen volledig wetenschappelijk onderbouwde uitspraken gedaan kunnen worden en dat verder onderzoek noodzakelijk is. 

 Algemeen kan er geconcludeerd worden dat het onderzoek betreffende (nutri)genetica slechts aan de start van zijn kunnen staat. De DNA-analyses die worden uitgevoerd na het afnemen van een test, zijn gebaseerd op de enkele studies die werden gerealiseerd waardoor het niet volledig wetenschappelijk onderbouwd is. Voor bijvoorbeeld monogenisch bepaalde ziektebeelden, die zuiver genetisch worden bepaalen vaak door een fout of de aanwezigheid van één gen, kan dit wel aangezien het om slechts één gen gaat. Maar voor de elementen inzake voeding (zoals metabolisme, sensitiviteit voor vitamines, …), die multifactorieel zijn, weten we nog te weinig: nog lang niet alle factoren zijn in beeld gebracht waardoor adviezen te algemeen van aard zijn en nog niet afgestemd zijn op het individuHierbij ligt de nadruk op nóg nietWanneer meer en duidelijker wetenschappelijk bewijs voor handen is, zal rationeel en gepersonaliseerd voedingsadvies de toekomst zijn en zal het idee van onder meer Mathieu van der Poel de sportwereld veranderen. 

 

 

Contacteer ons Privacy Cookies Gebruiksvoorwaarden