GEZOND SPORTEN VLAANDEREN

Kan krachttraining helpen bij de preventie van letsels?

Jeppe Bo Lauersen, Thor Einar Andersen en Lars Bo Andersen
The British Journal of Sports Medicine;2018:52:1557-1563

Heeft krachttraining ook een plaats in de preventie van blessures, en hoe kunnen sporters dit veilig inbouwen in hun sportactiviteiten?

Lights

Samenvatting van artikel “Strength training as superior, dose-dependent and safe prevention of acute and overuse sports injuries: a systematic review, qualitative analysis and meta- analysis” van Jeppe Bo Lauersen, Thor Einar Andersen en Lars Bo Andersen, verschenen in The British Journal of Sports Medicine;2018:52:1557-1563.

Link: https://bjsm.bmj.com/content/52/24/1557

Inleiding

We weten uit onderzoek dat krachttraining een positief effect kan hebben op de algemene gezondheid en als vorm van valpreventie, maar heeft deze trainingsvorm ook een plaats in de preventie van blessures, en – zo ja – hoe kunnen sporters krachttraining dan veilig inbouwen in hun sportactiviteiten? Deze systematische review bundelt wetenschappelijke aanbevelingen voor atleten.

 

Studieontwerp

Systematische review, kwalitatieve analyse en meta-analyse van gerandomiseerde, gecontroleerde trials met betrekking tot krachttraining als primaire preventie van sportblessures.

Inclusiecriteria en testprocedure

Zes RCT-studies, gepubliceerd tussen 2003 en 2016, werden opgenomen op basis van deze criteria: krachttraining als primaire interventie, er moet aan (sport)letselregistratie gedaan worden, een follow-up van minstens twee maanden was nodig, geen letsels bij aanvang van de studie, een adequate intensiteit van het programma en het programma moet bij sporters uitgevoerd zijn.

Vier van de zes studies focusten op acute blessures (waarvan drie op hamstringblessures en één op voorste-kruisbandletsel). Eén studie onderzocht overbelastingsletsels (anterieure kniepijn) en één studie richtte zich zowel op acute letsels als op overbelastingsletsels. In totaal werden 7738 deelnemers tussen de 12 tot 40 jaar geïncludeerd. Er werden 177 acute of overbelastingsletsels gerapporteerd. Alle studies waren van hoge kwaliteit en hadden een hoge bewijskracht.

Alle zes de studies hanteerden de algemene principes van krachttraining; zowel concentrische als excentrische kracht werd getraind. Wel werden significante verschillen waargenomen qua volume, intensiteit en duur. De onderzoekers rapporteerden gemiddeld 80,33 herhalingen/week (volume), een intensiteit van 8,39 RM en dit gedurende 21,39 weken (duur).

Eén studie rapporteerde dat iedereen steeds aanwezig was bij de opgelegde trainingssessies; 3 andere meldden een gemiddelde aanwezigheid van 91% en de overige twee hebben dit niet gedocumenteerd. De correcte uitvoering van de oefeningen werd gegarandeerd door educatie van de sporters of door de supervisie van een physical coach tijdens de sessies.

Resulaten en conclusie

De toevoeging van krachttraining blijkt een positief effect te hebben. Het was mogelijk om acute letsels en overbelastingletsels bij sporters met gemiddeld 6% te reduceren. Krachttraining kan het risico op sportblessures meer dan halveren (95% zekerheid). Een belangrijke bevinding is ook dat een toename in (week)volume en intensiteit van krachttraining een significante invloed heeft op blessurepreventie. Een toename van 10%/week kan het relatieve risico op blessures met 13% reduceren.

Op basis van de huidige literatuur valt niet uit te maken hoe lang een sporter aan krachttraining moet doen om een preventief effect te hebben. Goed om te weten is dat er tot op heden geen negatieve gevolgen werden genoteerd als gevolg van krachttraining, ook niet bij kinderen of adolescenten.

Therapeutische implicaties

Krachttraining kan volgens deze review een plaats krijgen in de preventie van sportletsels. Zorgvuldig opbouwen is noodzakelijk. Eerst moet de techniek van de krachttraining worden geoefend en pas daarna mogen volume en intensiteit geleidelijk toenemen. Idealiter start de sporter ‘off-season’ of in een luwe periode. Op die manier reduceer je niet alleen het risico op acute letsels en overbelastingsblessures, maar bevorder je ook de prestaties van de atleet, wat voor coaches en de atleten zelf de drijfveer blijft. Belangrijk is dat een preventieprogramma spoort met de behoeften van de atleet binnen een specifieke sport. Een individuele aanpak is steeds aangewezen. Om te bepalen hoe groot het aandeel van krachttraining moet zijn, is verder onderzoek nodig.

Samenvatting: Olivier Kleynjans (Sportkinesitherapeut) & Annelien De Mesel (Sportkinesitherapeut)